Wat in 1995 begon als een kleinschalig festival op Hemelvaartsdag, is in dertig edities uitgegroeid tot een compleet festivalweekend met camping, randprogramma en een line-up vol verrassingen. Toch voelt Dauwpop nog altijd niet als een massafestival. Daarvoor is het programma te eigenzinnig, het terrein te idyllisch en de sfeer te ontspannen. Juist die combinatie maakt het festival in Hellendoorn al jaren zo sterk. Ook dit jaar voelde Dauwpop als een festival dat groot genoeg is om serieuze namen te boeken, maar klein genoeg blijft om karakter te houden.
Sfeer zonder hokjes
Dauwpop heeft een publiek dat zich moeilijk in één hokje laat stoppen. Een deel komt uit de regio en is er vooral voor de gezelligheid. Een ander deel komt vooral voor de populaire acts. En dan is er nog de groep die juist komt voor de alternatieve bands en spannende ontdekkingen. Het knappe is dat al die werelden op Dauwpop behoorlijk natuurlijk naast elkaar bestaan. Op het terrein kom je gezinnen tegen met jonge kinderen, uitgedoste technomeisjes en shirtloze rockers vol tatoeages.
De locatie van Dauwpop blijft een van de grootste troeven. Midden in het bos, met voldoende ruimte en een ontspannen indeling, heeft Dauwpop een uitstraling die je niet zomaar op elk festival vindt. Het terrein voelt overzichtelijk, maar nergens te klein. Dat er bovendien vrijwel nergens wachtrijen stonden, hielp enorm mee. Niet eindeloos wachten bij barren, eten of toiletten, maar gewoon doorlopen en genieten. Iets wat tegenwoordig best uniek is op een festival.
Op het gebied van eten en voorzieningen viel er veel te prijzen. Het aanbod was opvallend divers, met meer dan alleen de standaard friet- en burgeropties. Daarnaast waren de waterpunten goed geregeld, wat op een hete festivaldag geen luxe maar een noodzaak is. Dauwpop liet ook zien dat duurzaamheid geen los marketingwoord hoeft te zijn, met onder meer recyclebare papieren bekers en hergebruik van materialen en decors.
Hits en ontdekkingen
Muzikaal pakte Dauwpop 2026 breed uit. Met namen als Antoon, Bente, Douwe Bob, Fat Dog, Gotu Jim, Kingfishr, Master Peace, MY BABY, Paul Elstak, Ploegendienst, Shame, Skunk Anansie, Son Mieux, Sugababes en The Wombats stond er een line-up die alle kanten op schoot. En dat is positief bedoeld. Dauwpop durft pop, rock, hiphop, techno en punk naast elkaar te zetten zonder dat het programma richtingloos wordt.
Juist de verrassende namen maakten deze editie interessant. Natuurlijk trekken Sugababes en Skunk Anansie de aandacht, maar het waren ook acts als Master Peace en Fat Dog die de line-up kleur gaven. Dauwpop heeft duidelijk niet alleen gekeken naar veilige boekingen, maar ook naar acts die nieuwsgierigheid oproepen. Dat past bij een festival dat zijn dertigste editie viert door niet achterover te leunen, maar door te blijven bewegen.
Een van de absolute hoogtepunten was Sugababes. Hun optreden had precies de juiste mix van nostalgie en festivalenergie. De hits kwamen hard binnen, het publiek zong massaal mee en de groep bewees dat hun repertoire nog altijd moeiteloos overeind blijft. Waar sommige nostalgische boekingen vooral teren op herinnering, voelde Sugababes verrassend fris en overtuigend.

Ook Skunk Anansie maakte indruk. Skin blijft een frontvrouw van uitzonderlijk formaat: fel, charismatisch en vocaal nog altijd messcherp. Het optreden voelde niet als een routineklus, maar als een reminder dat grote rockshows nog altijd kunnen schuren, knallen en verbinden.
Fat Dog was een ander hoogtepunt, zij het op een andere manier. Chaotisch, opzwepend en compromisloos: dit was zo’n show waar je na afloop nog even van moet bijkomen. De band bracht precies het soort energie dat een festivaldag kan openbreken. Master Peace zorgde op zijn beurt voor een van de meest verrassende momenten van de editie. Met een mix van Britpop, indie, funk en pure bravoure liet hij zien waarom hij een naam is om in de gaten te houden.
Te hard, te schel
Toch was het niet alleen maar rozengeur en maneschijn. Vooral het geluid liet op meerdere plekken te wensen over. Bij de mainstage ontbrak het soms aan bas, waardoor optredens opvallend schel klonken. Aan de andere kant van het spectrum stond de Party Pit, waar het geluid juist extreem hard stond. Vooral de bas was daar zo dominant dat het op momenten lastig was te verdragen.
Ook de Beuk-area riep vragen op. Allereerst had hier de line-up en aankleding wat sterker gekund. Bovendien stond er in het midden van de tent een enorme bar (en dan bedoelen we echt enorm), die de sfeer van area flink beïnvloedde. Waar je bij een techno-area een donkere, zweterige clubsetting verwacht, voelde het hier meer als een gigantische horecatent met een dj erbij. Juist in een tijd waarin elektronische muziek zo populair is onder jongeren, had deze area meer mogen knallen.
Dauwpop staat sterk
Dauwpop 2026 had sfeer, ruimte, comfort, een prachtig terrein en een line-up die veel meer bood dan de bekende festivalnamen. Het was een editie waarop je van Sugababes naar Fat Dog kon gaan, van Gotu Jim naar Paul Elstak, en onderweg nog allerlei kleinere ontdekkingen kon meepakken.
Na dertig edities staat Dauwpop er opvallend sterk voor. Het festival is gegroeid, maar niet zijn ziel kwijtgeraakt. Het publiek is breed, de programmering divers en de locatie blijft bijzonder. Op het gebied van geluid en de Beuk-area zijn er wat verbeterpunten, maar die vallen bijna in het niet bij alles wat het festival wél goed deed.
Foto’s door Dauwpop





