Interviews

Sugacane: ‘Ik laat mijn cultuur niet koloniseren’

Na zijn langverwachte debuutalbum Dirty Money Clean Hands in 2009 bleef het lange tijd stil rondom de Amsterdamse rapper Sugacane. Nu is hij terug: met een levendig Instagram-account vol oldskool footage uit zijn hoogtijdagen, nieuwe muziek op komst en nog altijd een kritische mening op alles en iedereen in de hedendaagse hiphopscene.

Eugene Voorn (echte naam) omschrijft zichzelf als de vader van de Nederlandse rapgame. Overdreven? Eigenlijk niet. Hij was er namelijk al vroeg bij. Cane is de eerste (Engelstalige) act die werd getekend bij Top Notch, halverwege de jaren ‘90. Hij werkte samen met Amerikaanse mc’s als Ol’ Dirty Bastard, Redman en Sean Price. De rapper stond in het voorprogramma van Snoop Dogg. Hij scoorde in 2001 een hit met You Can’t Fool Mine onder zijn eigen label Noworneva Records. Hij richtte een aantal jaar later met onder meer Mr. Probz en U-niq de rapgroep Most Official op, als tegengeluid op de in zijn ogen te brave hiphopscene van dat moment. Sugacane speelde de rol van bendeleider in hiphopfilm Bolletjes Blues. Maar meest bekend of beter gezegd berucht is hij vanwege zijn freestyles, grote auto’s en de vuilnisbakken die hij op Dope Posse gooide, ‘want ze waren trash’.





Jungle
We spreken af op het Henrick de Keijserplein in de Amsterdamse Pijp, de buurt waar Cane opgroeide en nog steeds woont. “Hier heb ik leren freestylen en battlen”, vertelt hij gedreven. We schrijven mid-jaren ’80, de tienerjaren van Cane. “Het was een jungle in Amsterdam. Je moest goed zijn, anders kreeg je ouderwets pak slaag.” Een mentaliteit die we later veelvuldig zouden terugzien in het hoofdstedelijke nachtleven, waar Cane in de jaren ’90 en vroege ’00 bepaald niet als lieverdje bekendstond. Was je een middelmatig rapper en stond er een Cadillac Escalade voor de deur van Paradiso geparkeerd, dan dacht je wel even drie keer na of je naar binnen zou gaan.

Berucht zijn de verhalen over vuilnisbakken en barkrukken die in het rondvlogen. Geen woord aan gelogen, stelt Cane. Wie ‘wack’ was, werd het podium afgemept. “Ik pakte je mic af en nam het over. Ik liet de dj stoppen en battlede je on the spot. Dat was wervelwind Cane, de reden dat ze mij ook ‘Hurricane’ noemden. Je stond in mijn ring en ik was als Mike Tyson. Ik kwam binnen en eigende me direct de sport toe.”

Hoe kijkt hij terug op dit soort acties? “Dat was mijn manier om te overleven in mijn wereld, die van hiphop dus. Ik ken geen angstbeperking, geen grenzen. Ik snap dat ik intimiderend kan overkomen, maar ik ben alleen in de ring een bedreiging. Daarbuiten ben ik gewoon een nette jongen die voor zijn kinderen zorgt en de huur betaalt.”

Tegenwoordig bestaat er volgens Cane geen stage fright in hiphop meer. De mentaliteit is veranderd. “Misschien ook wel goed, want in mijn tijd vielen er soms rake klappen. Je kon niet zomaar komen. Nu is het laagdrempeliger en veiliger: social media is de plek waar je jezelf als rapper kunt laten zien. Kiekeboe, hier ben ik dan – dat idee.”

Shotcallers
Maar wie heimwee naar vervlogen tijden heeft, zit anno 2020 goed op het Instagram- en YouTube-account van Sugacane. Hier deelt hij beelden uit de ‘golden era’ waarin we de hongerige, kritische rapper uitgebreid voorbij zien en horen komen in oude tracks, foto’s en filmpjes. Zo zien we de jonge Cane te gast in interviews bij Sylvana’s Soul, State TV en zelfs Theo van Gogh.

Waarom hij al deze content nu ineens deelt? “Omdat ik zie dat mensen moedwillig en systematisch worden ge-out uit hun eigen game. Media brengen de verkeerde verhalen. Ik bracht tracks uit met Redman, maar Puna wilde het niet publiceren, want ze vonden het niet nieuwswaardig genoeg. En als Ali B vader wordt, verschijnt er wel een artikel. Hoe hiphop ben je dan? Ik heb de game naar z’n grootje zien gaan de laatste jaren. Dus op een gegeven moment dacht ik: dan doe ik het zelf wel. Ik heb alles nog liggen: op cassettebandjes, minidisc, cd en vhs. Ik besloot het dus opnieuw uit te brengen.”

Cane stoort zich aan het huidige (hiphop)medialandschap. “Hoe kun je de vader van de rapgame links laten liggen? De geschiedenis wordt genegeerd. Media slaan hele generaties over die verantwoordelijk zijn geweest voor de evolutie van hiphop.” Hij stelt dat er slecht geïnformeerde mensen op de belangrijke posities zitten. “Ze hebben nul affiniteit met de cultuur, maar zijn wel de shotcallers van wat op de radio gedraaid wordt. Dan gaat er dus iets niet goed. En ze kloppen aan bij míjn deur, don’t get it twisted. Ik eis mijn cultuur op. Ik laat hiphop niet koloniseren door culture vultures.”





Teleurgesteld
Maar laten we eerlijk zijn: de laatste jaren viel er ook weinig te publiceren over Sugacane. Niet lang na het lanceren van zijn langverwachte Engelstalige debuutalbum Dirty Money Clean Hands in 2009 bleef het lange tijd stil rondom de rapper, die toen juist naar eigen zeggen op het punt van doorbreken stond. Hij blikt terug: “Ik wilde naar the States, daar als eerste Nederlandse rapper succes boeken. Laten zien dat het mogelijk is.”

Cane kwam in contact met de Amerikaanse rapper Sean Price, aan wie hij zijn album liet horen. “Price zei: ’Dit klinkt goed. Ga opnieuw aan de slag met dit album, laat het meer Brooklyn, meer gutter klinken en ik zorg ervoor dat jij op de bovenste plank bij Duckdown Records (platenlabel in New York, red.) komt te liggen.” Cane raakte enthousiast en toog naar zijn productieteam in Amsterdam. Maar daar zeiden ze: je hebt nog een rekening openstaan. Eerst die vereffenen, daarna praten we verder. “Dat geld had ik toen niet. Ik raakte teleurgesteld en gedemotiveerd. Dit is niet het idee van hiphop: vanuit niets iets maken. De ene hand wast de andere. Maar het tegenovergestelde gebeurde. Dus ik ben er van weggelopen.”

Cane besloot zich te focussen op zijn gezin en opleiding. Hij bleef hoop houden, totdat hij een paar jaar later een nieuwe tegenslag te verwerken kreeg: Sean Price overleed op 43-jarige leeftijd in zijn slaap (doodsoorzaak nog altijd onbekend). De deur naar internationaal succes stond nog altijd op een kier, maar werd in zijn gezicht dichtgesmeten. Cane: “Ik raakte depressief; ik verloor een vriend en daar ging mijn kans op een Duckdown-deal.”

Nieuwe muziek
Het is de reden dat Sugacane zich al die tijd op de achtergrond begaf en niets uitbracht. Maar met ingang van het nieuwe decennium ziet hij de toekomst weer positief tegemoet: hij is klaar om nieuwe muziek uit te brengen. “Ik kijk er naar uit om samen met de nieuwe generatie toffe tunes te maken.” Cane is daarnaast druk bezig met een documentaire over zichzelf, waar alle oude content zoals te zien op Instagram in terugkomt. Deze moet komend voorjaar uitkomen. “Ik hoop op die manier mijn respect te krijgen voor wat ik voor Nederlandse hiphop heb betekend. Dat die boys van nu kijken naar de evolutie van hiphop en dan mijn resumé zien.”

Daarnaast belooft Sugacane drie nieuwe tracks en videoclips, die direct na de docu het daglicht moeten zien. Zo heeft hij onder meer een track opgenomen met zangeres Thea van Seijen, die ook met Wu Tang Clan samenwerkte. Cane: “Ik wil dat luisteraars van mijn nieuwe muziek geïnspireerd raken: wie is hij eigenlijk en wat heeft hij allemaal gedaan? Vervolgens komen ze bij mijn documentaire terecht en gaat er een lampje branden. Content in de vorm van oud en nieuw materiaal dus.”